Zeeuws neanderthalerbotje onthuld
Gepubliceerd op: 15-06-2009, 15:48 uur
Door: Roland de Jong
Flash is nodig om de afbeeldingen te kunnen bekijken
Om de afbeeldingen te kunnen bekijken moet JavaScript aanstaan en heeft u de laatste versie van Adobe Flash Player nodig.
LEIDEN - In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden heeft minister Plasterk vandaag het restant van een oer-Nederlander onthuld. Het botje werd in 2001 voor de Zeeuwse kust gevonden.Het schedelfragment werd destijds vijftien kilometer uit de kust door een schelpenzuigboot boven water gehaald. Het belandde daarna bij een Belgische amateur-archeoloog en werd daarna met hulp van het Max Planck Instituut geïdentificeerd als een bootje van een neanderthaler. Sinds 1874 worden daar enorme hoeveelheden fossiele botten boven water gehaald. Pas nu is daarin een Neanderthalerfossiel aangetroffen. Het stukje bot is volgens het museum 40.000 tot 100.00 jaar oud. De neanderthaler is ook vernoemd naar Zeeland. Hij heet Zeeland Ridges Neanderthaler.
Vergelijkingen met elders gevonden Neanderthalerschedels tonen aan dat het gaat om schedelfragment van een jonge man. In het botfragment zit een kleine holte, veroorzaakt door een goedaardige tumor die er waarschijnlijk al vanaf de geboorte zat. Onderzoek van de chemische samenstelling van het bot toont aan dat zijn dieet voornamelijk uit vlees bestond, zoals karakteristiek is voor Neanderthalers. De volledige onderzoeksresultaten worden binnenkort gepubliceerd in het tijdschrift ‘Journal of Human Evolution’.
De ontdekking van het fossiel laat volgens het museum zien dat nader onderzoek van de Noordzeebodem van groot wetenschappelijk belang is. Niet alleen rond het Middeldiep, waar dit botje werd gevonden, is de kans groot op belangrijke archeologische en paleontologische vondsten. “Bekend is dat de Noordzeebodem meerdere rijke vindplaatsen herbergt van ongekende kwaliteit”, aldus het museum.
Het fossiel is tot en met 27 september te zien in de presentatie ‘Neanderthaler uit de Noordzee’ in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden. Gelijktijdig besteden ook het Natural History Museum (London) en Museum Boerhaave (Leiden) aandacht aan de vondst.