Armoede in Zeeland afgenomen
Gepubliceerd op: 10-02-2010, 23:39 uur
MIDDELBURG - Het aantal armen in de provincie Zeeland was op 1 juli 2009 lager dan tijdens een meting in 2006. Dat blijkt uit de tweede Zeeuwse Armoedemonitor, een onderzoek van Scoop Zeeland. Volgens de onderzoek telde Zeeland afgelopen zomer ruim 9.000 huishoudens met een inkomen onder de 105 procent van het sociaal minimum, de zogenaamde 'lage inkomensgrens' van het CBS/SCP. Dat is zo'n 5,3 procent van het totaal aantal huishoudens. Bij de Zeeuwse meting in 2006 was dit 5,9 %. Er is dus een lichte daling. Het percentage ligt ook lager dan het laatste landelijke gemiddelde van 6,8 procent. De achtergronden van de daling van het aantal minima zoekt het CBS/SCP in de verbeterde koopkracht. Daarnaast constateert zij een structurele afname van het absoluut aantal oudere minima. Scoop geeft aan er vanuit te gaan dat beide factoren ook in Zeeland hebben geleid tot een daling van het percentage minima.
CijfersDe groep van 9.000 huishoudens omvat in totaal ongeveer 17.000 personen. Hiervan is ruim een kwart jonger dan 18 jaar. Iets meer dan de helft behoort reeds drie jaar of langer tot de minima. Dit betekent bij benadering dat ruim 2.000 Zeeuwse jongeren onder de 18 jaar deel uitmaken van de langdurige minimumhuishoudens. Nadere analyse van de cijfers laat zien dat er onder de Zeeuwse minima een sterke oververtegenwoordiging is van alleenstaanden, eenoudergezinnen, 65‐plussers en niet‐Westerse allochtonen. Dit is ook het landelijke beeld. In vergelijking met drie jaar geleden is het aandeel ouderen onder de Zeeuwse minima toegenomen, zo blijk uit het onderzoek.
"We kunnen er vanuit gaan dat de structurele verbetering van de inkomenspositie van ouderen zich de komende jaren doorzet. Door het uitsterven van de laagopgeleide vooroorlogse generatie en de instroom van hoogopgeleide babyboomers zal het aantal ouderen met een slechte inkomenspositie het komende decennium waarschijnlijk sterk afnemen. Of dit proces de komende jaren al zal leiden tot een verdere daling van het percentage huishoudens onder het sociaal minimum is echter onzeker. Over de inkomensgevolgen van de huidige kredietcrisis is nog onvoldoende bekend", aldus Scoop.
Ondanks de bovenstaande ontwikkeling is het aandeel ouderen onder de minima in Zeeland de afgelopen jaren toegenomen. Scoop: "Enerzijds heeft dit met het vergrijzingsproces te maken, anderzijds is het een gevolg van het feit dat ouderen geen kansen meer hebben hun inkomenspositie te verbeteren. Bij een afnemend aantal minima vormen zij meer en meer de ‘harde kern’ van de minimumhuishoudens."
MinimaregelingenHet aantal mensen dat van speciale minimaregelingen gebruik maakt is sinds 2006 gestegen. Destijds maakte 22 procent nog geen gebruik van dergelijke regelingen, in 2008 was dat nog 17 procent. De meest gebruikte regeling was de zogeheten 50 euro-regeling. Mensen kregen via deze regeling éénmalig aan het einde van het jaar 50 euro uitgekeerd. Deze regeling bestond in 2006 nog niet.
Opvallend was verder dat van de kwijtscheldingsregeling, waarvan door de Zeeuwse minima in 2006 nog het meest gebruik werd gemaakt, minder frequent gebruik werd gemaakt (55,8%; in 2006: 58,8%). Via deze regeling kunnen burgers kwijtschelding aanvragen voor gemeentelijke belastingen zoals de afvalstoffenheffing, de hondenbelasting en de rioolheffing. Volgens Scoop heeft de afname in het gebruik van deze regeling er ongetwijfeld mee te maken dat de OZB voor huurders is afgeschaft. Evenals in 2006 werd in 2008 door minimumhuishoudens het minst gebruik gemaakt van de vergoeding voor de aankoop van duurzame gebruiksgoederen.
"Situatie valt niet mee"Het aantal uitkeringsgerechtigden in Zeeland is dan in vergelijking met de armoedemonitor uit 2006 licht gedaald, dat wil volgens Scoop nog niet zeggen dat de situatie in Zeeland erg mee valt. Scoop: "In de Zeeuwse steden zijn er wijken die het landelijk gemiddelde ver overstijgen. In drie van de vier grootste gemeenten zijn wijken of buurten met een hoge concentratie van minimahuishoudens, variërend van 15,3% tot 18,3% per wijk. Alleen Goes heeft geen wijken waar meer dan 15% minimahuishoudens wonen. Vlissingen telt met 8,1% gemiddeld relatief de meeste minima."
"Wanneer in een wijk of buurt bijna 20% inwoners op het minimum leven is dat allereerst nu niet goed voor de mensen en de wijk, maar het is ook risicovol voor de toekomst. Het lijkt erop dat de dalende lijn zich niet zonder meer door zal zetten. De gevolgen van de kredietcrisis tekenden zich op de peildatum van 1 juli 2009 nog niet af in het bestand van uitkeringsgerechtigen, en ook de cijfers tussen juli en december 2009 geven nog geen informatie waaruit conclusies kunnen worden getrokken. Maar wel zijn er hier en daar meldingen van een lichte stijging of van een toename van kleine zelfstandigen die het niet meer redden zonder inkomensondersteuning." Volgens Scoop is de situatie dan ook zeker niet zonder meer positief te noemen.
Actie
Om armoede in Zeeland tegen te gaan is het volgens de onderzoekers belangrijk dat de betrokken partijen de risicogroepen steeds beter gaan kennen. Ook kunnen ze door bijvoorbeeld een bestandskoppeling op postcodeniveau na gaan waar mensen met een minimuminkomen wonen. Mensen kunnen op die manier over regelingen benaderd worden. Ook kan er een preventieve werking zijn. Verder moet scholing niet alleen uitgaan van actuele vacatures, maar ook van eventuele kansen op de arbeidsmarkt in de toekomst. Verder is het volgens de onderzoekers belangrijk om in te zetten op wat mensen nodig hebben om te kunnen participeren in de arbeidsmarkt. "Taalvaardigheid, sociale vaardigheden, computerkennis en het nemen van verantwoordelijkheid voor zichzelf en de ander. Dat laatste kan onder andere door het stimuleren van vrijwilligerswerk."