Zeeuwse ouderen bewegen meer
Gepubliceerd op: 19-01-2012, 19:19 uur
MIDDELBURG - Zeeuwse ouderen bewegen meer dan drie jaar geleden. Zo zijn er meer ouderen die voldoen aan de Norm Gezond Bewegen en zijn er meer ouderen die wekelijks sporten. Dit blijkt uit de onderzoek van de GGD Zeeland.
Bijna 6.000 zelfstandig wonende 65-plussers vulden in het najaar van 2010 een vragenlijst in over gezondheid, leefstijl en voorzieningen. De resultaten van dit onderzoek zijn nu bekend gemaakt. Voldoende bewegen is juist ook voor ouderen erg belangrijk. Het verbetert de zelfredzaamheid en mobiliteit en werkt beschermend tegen ziekten als diabetes en botontkalking. Bovendien hebben ouderen die regelmatig bewegen een kleinere kans op een valongeval. Hoewel de trend dus positief is beweegt de helft van de 75-plussers toch nog onvoldoende.
Driekwart van de ouderen heeft één of meer chronische aandoeningen. Tweederde van hen ervaart ondanks deze aandoeningen toch een goede gezondheid. Gezond ouder worden heeft niet zozeer te maken met het al dan niet hebben van een ziekte maar eerder met de gevolgen van een eventuele aandoening. Voor gezond ouder worden is het vooral belangrijk dat de oudere nog zelfredzaam is en kan participeren in de samenleving, eventueel met behulp van hulpmiddelen (bijvoorbeeld een rollator) of gebruik van voorzieningen (bijvoorbeeld een woningaanpassing).
Het aantal ouderen dat (zeer) ernstig eenzaam is, is sinds 2007 iets gedaald van 10% naar 8%. Daarnaast is 39% matig eenzaam. Een kwart van de ouderen doet vrijwilligerswerk, dit is meer dan in 2007. Eén op de negen ouderen geeft mantelzorg, dit is ook gestegen ten opzichte van vorige keer. Van deze mantelzorgers heeft bijna driekwart zelf een chronische aandoening. Dat maakt de groep oudere mantelzorgers extra kwetsbaar. Er zijn nu minder ouderen met vervoersproblemen dan drie jaar geleden, maar nog altijd moet één op de vijf ouderen regelmatig thuisblijven omdat men geen vervoer heeft.
Eenvijfde van de ouderen weet niet waar men terecht kan voor het aanvragen van een Wmo-voorziening. Wmo betekent Wet maatschappelijke ondersteuning. Wmo-voorzieningen moeten ervoor zorgen dat burgers met een beperking kunnen meedoen aan de maatschappij. Het gaat dan bijvoorbeeld om hulp in de huishouding vanwege een beperking, een woningaanpassing of een scootmobiel. Een kwart heeft in het afgelopen jaar gebruik gemaakt van een Wmo-voorziening. Daarnaast geeft één op de tien ouderen aan wel behoefte te hebben aan een Wmo-voorziening maar daar (nog) geen gebruik van te maken.
Eén op de vijf ouderen is een kwetsbare oudere. Dat wil zeggen dat zij problemen hebben met hun gezondheid, en daarnaast weinig mogelijkheden hebben om deze problemen op te vangen bijvoorbeeld omdat ze alleen wonen of weinig inkomen hebben. Deze combinatie van een hoge draaglast en een lage draagkracht maakt deze ouderen kwetsbaar. Kwetsbare ouderen maken meer gebruik van zorg en voorzieningen. Een relatief groot deel van de kwetsbare ouderen (24%) geeft aan dat zij wel behoefte hebben aan een Wmo-voorziening maar deze nog niet gebruiken. Een kwart van hen geeft aan niet te weten waar deze voorzieningen aan te vragen.
De resultaten van de Ouderenmonitor Zeeland 2010 ondersteunen gemeenten bij het ontwikkelen en uitvoeren van het lokaal gezondheidsbeleid, ouderenbeleid en Wmo-beleid. Daarnaast zijn de resultaten interessant voor lokale welzijns- en zorginstellingen en ouderenorganisaties. De cijfers uit de Ouderenmonitor worden meegenomen in de regionale Volksgezondheid Toekomstverkenning die de GGD Zeeland in mei 2012 uitbrengt. Daarin worden alle beschikbare gegevens over de gezondheid van de jeugd, volwassenen en ouderen bijeen gebracht en wordt verder ingegaan op de betekenis van deze gegevens voor het gemeentelijke beleid.